ECLI:NL:PHR:2009:BH0598
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling poging doodslag ondanks beroep op psychische overmacht
Op 5 maart 2007 vond in een woning een gesprek plaats tussen verdachte, het slachtoffer en een derde partij. Tijdens dit gesprek haalde verdachte een pistool tevoorschijn en richtte dit op het slachtoffer, waarna het wapen onverwachts afging en het slachtoffer in de linkeronderarm werd geraakt.
Het hof stelde vast dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het pistool zou kunnen afgaan bij het doorladen, waarmee sprake was van voorwaardelijk opzet. Verdachte werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en mishandeling.
Verdachte voerde in hoger beroep onder meer aan dat sprake was van psychische overmacht, omdat hij zich bedreigd voelde door het slachtoffer en een derde partij. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof terecht had geoordeeld dat de bedreiging niet onverwacht was en geen drang vormde waaraan verdachte geen weerstand kon bieden.
Daarnaast verklaarde het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding, omdat deze niet van eenvoudige aard was en nader civiel onderzoek vereiste. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel.
De middelen van zowel verdachte als de benadeelde partij werden verworpen, waarmee de veroordeling en de niet-ontvankelijkverklaring in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag en verwierp het beroep op psychische overmacht.