ECLI:NL:PHR:2009:BG5056
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen provisioneel vonnis en tussenvonnissen in bouwverbodzaak Groenenbergterrein
In deze zaak draait het om de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de Luchthaven tegen een provisioneel vonnis en twee tussenvonnissen van de rechtbank Haarlem in een procedure over schadevergoeding wegens een bouwverbod op het Groenenbergterrein, dat eigendom is van Chipshol.
Chipshol had vergunningen aangevraagd voor bouwactiviteiten op het terrein, maar de staatssecretaris beperkte de bouwmogelijkheden op grond van de Luchtvaartwet. Chipshol vorderde schadevergoeding wegens het bouwverbod. De rechtbank oordeelde dat de Luchthaven aansprakelijk was en stelde een deskundigenbericht in. Na moeizame procedures stelde de rechtbank een voorschot van €19 miljoen toe in een provisioneel vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, onder de voorwaarde van een bankgarantie.
De Luchthaven stelde cassatieberoep in tegen het provisionele vonnis en tussenvonnissen, maar Chipshol betoogde dat het provisionele vonnis zijn werking verloor door het eindvonnis in de hoofdzaak, waarin de Luchthaven werd veroordeeld tot betaling van €16 miljoen plus rente. De Hoge Raad concludeert dat het provisionele vonnis zijn werking verliest zodra het eindvonnis is gewezen en verklaart de Luchthaven niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep tegen het provisionele vonnis en de tussenvonnissen. Dit voorkomt dat twee tegenstrijdige vonnissen gelijktijdig rechtskracht hebben en bevordert de proceseconomie.
Uitkomst: De Luchthaven wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep tegen het provisionele vonnis en tussenvonnissen omdat het provisionele vonnis zijn werking verliest bij het wijzen van het eindvonnis in de hoofdzaak.