ECLI:NL:PHR:2008:BD5718
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen en nieuwe schulden
Verzoekster was toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, die haar na drie jaar een schone lei zou bieden. De rechtbank beëindigde de regeling tussentijds op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c en d van de Faillissementswet, omdat verzoekster nieuwe schulden had laten ontstaan, waaronder een sponsorovereenkomst, en haar verplichtingen niet naar behoren was nagekomen, zoals het niet informeren van de bewindvoerder over haar looninkomsten en het beëindigen van haar arbeidsovereenkomst.
Verzoekster voerde aan dat zij geestelijk in de war was bij het aangaan van de sponsorovereenkomst en dat medische omstandigheden en begeleiding door sociale diensten haar situatie beïnvloedden. Deze stellingen werden echter niet voldoende onderbouwd met medische verklaringen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat verzoekster onvoldoende had voldaan aan haar verplichtingen en dat het ontstaan van nieuwe schulden bovenmatig was.
In cassatie klaagde verzoekster onder meer dat het hof ten onrechte de informatieplicht als grond voor beëindiging had gehanteerd en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de regeling niet mocht worden voortgezet. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de informatieplicht onderdeel is van de verplichtingen van de schuldenaar onder de oude Faillissementswet. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het tussentijds beëindigen van de schuldsaneringsregeling terecht was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen en het ontstaan van nieuwe schulden.