ECLI:NL:HR:2001:AA9561
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissementsverklaring verzoeker
Verzoeker werd door de Rechtbank Utrecht onder de schuldsaneringsregeling geplaatst bij vonnis van 3 augustus 1999. De bewindvoerder verzocht vervolgens om beëindiging van deze regeling en benoeming van een curator en rechter-commissaris, omdat verzoeker na beëindiging van de regeling automatisch failliet zou zijn.
De Rechtbank besloot op 23 augustus 2000 tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling en benoemde een curator en rechter-commissaris. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de Rechtbank bekrachtigde op 12 september 2000.
Verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van verzoeker faalden en verwierp het beroep, waarmee het arrest van het hof definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en de faillissementsverklaring van verzoeker.