ECLI:NL:HR:2000:AA4938
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Heemskerk
- Jansen
- De Savornin Lohman
- Kop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en vrees voor niet-nakoming
De gefailleerde verzocht bij de rechtbank Rotterdam om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek op 9 juni 1999 af, omdat zij gegronde vrees had dat de gefailleerde zijn schuldeisers zou benadelen en zijn verplichtingen uit de regeling niet zou nakomen. Tevens oordeelde de rechtbank dat de gefailleerde niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden.
De gefailleerde ging in hoger beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank op 22 juli 1999 bekrachtigde. Het hof achtte niet aannemelijk dat de gefailleerde te goeder trouw was en vond dat de vrees voor niet-nakoming niet was weggenomen.
Tegen dit arrest stelde de gefailleerde beroep in cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de motieven van de rechtbank tot zijn oordeel had gemaakt en dat de motiveringsklachten faalden. Het hof had terecht geoordeeld dat de gefailleerde niet te goeder trouw was en dat de vrees voor niet-nakoming gegrond bleef. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en gegronde vrees voor niet-nakoming.