ECLI:NL:PHR:2008:BD3167
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing 30%-regeling bij aanwerving uit het buitenland ondanks eerdere opleiding in Nederland
Belanghebbende, een Belgische psychiater, was voorafgaand aan haar benoeming als psychiater in Nederland werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst in het kader van haar opleiding. De Inspecteur weigerde de toepassing van de 30%-regeling omdat zij reeds in Nederland werkzaam zou zijn geweest en dus niet uit het buitenland was aangeworven.
De Rechtbank en het Hof oordeelden verschillend over de vraag of de eerdere arbeidsovereenkomst als een volwaardige dienstbetrekking of als een opleiding/stage moest worden beschouwd. Het Hof oordeelde dat de werkzaamheden in het kader van de opleiding vielen onder de uitzondering voor situaties als opleiding of stage, waardoor de aanwerving vanuit het buitenland op 31 maart 2003 kon worden vastgesteld.
De Hoge Raad bevestigde dat het tijdstip van aanwerving het moment is waarop de arbeidsovereenkomst tot stand komt, mits de eerdere werkzaamheden in Nederland als opleiding of stage kunnen worden aangemerkt. De 30%-regeling is bedoeld om schaarse specifieke deskundigheid aan te trekken en faciliteert werknemers die uit het buitenland worden aangeworven, ongeacht of zij tijdens een opleiding al in Nederland verbleven.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het forfaitaire karakter van de regeling betekent dat het niet relevant is of de werknemer daadwerkelijk extra kosten maakt. Het incidentele beroep van belanghebbende inzake proceskosten werd gegrond verklaard. De zaak werd door de Hoge Raad afgedaan met ongegrondverklaring van het beroep van de Staatssecretaris en gegrondverklaring van het incidentele beroep van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het beroep van de Staatssecretaris af en bevestigt dat belanghebbende vanuit het buitenland is aangeworven en recht heeft op de 30%-regeling.