ECLI:NL:HR:2006:AW4064
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Toepassing 30%-regeling bij oprichting BV en verplaatsing woonplaats naar Nederland
Belanghebbende, die in 1978 naar Zwitserland emigreerde en daar als toxicoloog werkte, vestigde zich in 2002 weer in Nederland. Hij huurde bedrijfsruimte en startte een eenmanszaak, waarna hij opdracht gaf tot oprichting van een BV die uiteindelijk op 9 juli 2002 werd opgericht. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet als inkomende werknemer kon worden aangemerkt voor toepassing van de 30%-regeling omdat de BV nog niet bestond bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst.
De Hoge Raad stelt dat een arbeidsovereenkomst ook kan worden gesloten namens een BV in oprichting en dat de belanghebbende als inkomende werknemer moet worden beschouwd. De verplaatsing van de woonplaats naar Nederland en het feit dat hij werkzaamheden verrichtte voor de BV in oprichting zijn relevant. De eerdere uitspraak van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staat in de proceskosten en bepaalt dat de Inspecteur de kosten van het geding voor het hof moet vergoeden. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de 30%-regeling en de kwalificatie van werknemers die betrokken zijn bij een BV in oprichting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met toepassing van de 30%-regeling op de belanghebbende.