ECLI:NL:HR:2006:AU2303
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Toepassing 35%-regeling bij buitenlandse werknemer met latere indiensttreding
Belanghebbende, een Braziliaanse werknemer die sinds 1999 in Nederland woont, maakte bezwaar tegen ingehouden loonbelasting over april 2002, omdat de 35%-regeling ten onrechte niet werd toegepast. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de loonheffing, waarbij het oordeelde dat belanghebbende uit het buitenland was aangeworven en voldeed aan de deskundigheidseis van de regeling.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, met name over de peildatum voor de toepassing van de 35%-regeling. De Hoge Raad overwoog dat de peildatum voor zowel de aanwerving als de deskundigheidseis de datum van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst is, ook als de daadwerkelijke indiensttreding later plaatsvindt. Dit sluit aan bij de doelstelling van de regeling om buitenlandse werknemers tegemoet te komen in extra kosten.
De Hoge Raad verwierp de middelen van de Staatssecretaris en bevestigde dat de beleidslijn van de Belastingdienst, waarbij de inkomenstoets op het loon bij indiensttreding wordt toegepast, correct is. Het beroep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof blijft in stand.