ECLI:NL:PHR:2008:BC8696
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afgewezen vordering tot levering aandelen wegens gegrond beroep op bevrijdende verjaring
Eiser trad in 1980 in dienst bij een vennootschap met de afspraak dat hij 10% van de aandelen zou verkrijgen, maar levering vond nooit plaats. In 1999 vorderde eiser levering van de aandelen, maar verweerder beriep zich op bevrijdende verjaring.
De kantonrechter wees het beroep op verjaring af, maar het hof stelde vast dat de vordering verjaard was en wees de vordering af. Eiser ging in cassatie tegen deze beslissing.
De Hoge Raad bevestigde dat de verbintenis tot levering dadelijk opeisbaar was en dat geen sprake was van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd. Het beroep op bevrijdende verjaring was gegrond en het beroep van eiser werd verworpen. Redelijkheid en billijkheid konden het verjaringstermijn niet doorbreken.
Uitkomst: Vordering tot levering van aandelen afgewezen wegens gegrond beroep op bevrijdende verjaring.