ECLI:NL:HR:2008:BC8696
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Afgewezen vordering tot levering aandelen wegens bevrijdende verjaring
Eiser vorderde primair de overdracht van 10% van de geplaatste aandelen in twee vennootschappen tegen betaling van een overeengekomen prijs, en subsidiair de actuele waarde van deze aandelen plus vergoeding van gederfde dividenden sinds 1999. Verweerder betwistte deze vordering en stelde zich op het standpunt dat de vordering was verjaard.
De kantonrechter verwierp het beroep op verjaring, maar liet bewijslevering toe omtrent de prijs van de aandelen en hield de zaak verder aan. Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering van eiser af op grond van bevrijdende verjaring. Eiser stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en bevestigde dat de redelijkheid en billijkheid geen derogerende werking hebben op de toepassing van de verjaring. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot levering van aandelen wordt afgewezen wegens bevrijdende verjaring.