ECLI:NL:PHR:2008:BC5604
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan en onbetaald laten van schulden
De zaak betreft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) door verzoeker, die een aanzienlijke schuldenlast had opgebouwd, waaronder een restschuld na verkoop van zijn woning en leningen bij banken. De rechtbank wees het verzoek af wegens onvoldoende inzicht in de schuldenlast en twijfel over de goede trouw van verzoeker bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden. Het hof bekrachtigde dit oordeel en motiveerde dat verzoeker lichtvaardig nieuwe schulden was aangegaan terwijl hij al meerdere schulden had en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij deze kon aflossen. Tevens ontbrak het aan een positieve saneringsgezindheid, zoals het actief zoeken naar betaald werk.
Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het juiste criterium hanteerde, namelijk een gedragsmaatstaf van goede trouw in de zin van artikel 288 lid 2 onder Pro b van de Faillissementswet (oud). Het hof had terecht alle omstandigheden betrokken, waaronder het tijdstip en de omvang van de schulden, het gedrag van verzoeker en de mate van openheid over zijn schuldenlast. De Hoge Raad verwierp de klachten dat het hof onjuiste maatstaven hanteerde of onvoldoende rekening hield met de wetsgeschiedenis.
De Hoge Raad benadrukte dat de weigeringsgrond van artikel 288 lid 2 onder Pro b Fw facultatief is en gericht op het voorkomen van misbruik van de regeling. De beoordeling betreft een prognose van de toekomstige goede trouw van de schuldenaar. Het hof had ook terecht geoordeeld dat het onvoldoende openbaren van een grote schuld aan de ING-bank een verwijtbare situatie oplevert die vrees voor benadeling van schuldeisers rechtvaardigt. De conclusie van de Hoge Raad was dat het beroep ongegrond is en het arrest van het hof gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.