ECLI:NL:PHR:2008:BC2250
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Waardering onderneming bij verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding
In deze zaak staat de waardering van de onderneming van partijen centraal bij de verdeling van hun huwelijksgemeenschap na echtscheiding. Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 1999 feitelijk uit elkaar gegaan. De rechtbank stelde de peildatum voor de waardering van de onderneming vast op 1 januari 2000. De man stelde de waarde van de aandelen in zijn holding negatief, terwijl de vrouw betwistte dat de waarde zo laag was.
De rechtbank stelde een deskundigenonderzoek in om de waarde van de onderneming en de pensioenrechten te bepalen. De deskundige waardeerde de aandelen tussen nihil en een kleine positieve waarde. De vrouw stelde dat een verkoop van onderdelen van de onderneming in 2006 een hogere waarde aantoonde, maar het hof wees een nader onderzoek naar deze verkoop af vanwege het lange tijdsverloop en de afgesproken peildatum.
De Hoge Raad bevestigt dat partijen vrij zijn een peildatum af te spreken en dat de waardering in beginsel op die datum moet plaatsvinden. Latere gebeurtenissen kunnen aanwijzingen geven voor de waarde op die datum, maar het hof mocht besluiten dat een nader onderzoek niet gerechtvaardigd was gezien de omstandigheden. Het beroep van de vrouw wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de waardering van de aandelen per 1 januari 2000 op nihil.