ECLI:NL:PHR:2008:BA1024
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in Deventer moordzaak na beoordeling nieuw DNA- en telecombewijs
Deze zaak betreft de herzieningsaanvraag van de veroordeelde in de Deventer moordzaak, waarin hij werd veroordeeld voor moord. De aanvraag bevatte nieuw forensisch bewijs, waaronder aanvullend DNA-onderzoek door buitenlandse en Nederlandse deskundigen, en telecomtechnische analyses over de locatie van een cruciaal telefoongesprek.
De Hoge Raad beoordeelde de nieuwe rapporten, waaronder die van de Engelse forensisch deskundige Kenny en de Nederlandse deskundigen van het NFI. Hoewel er discussie was over de mogelijkheid van contaminatie van het bewijsmateriaal en de interpretatie van DNA-sporen op de blouse van het slachtoffer, concludeerde de Hoge Raad dat de bewaring en behandeling van het bewijs adequaat waren en dat contaminatie niet aannemelijk was. Ook de telecomdeskundigen stelden vast dat het telefoongesprek waarschijnlijk niet vanaf de door de verdediging gestelde locatie kon zijn gevoerd.
De Hoge Raad benadrukte dat herziening slechts mogelijk is bij een novum dat het ernstig vermoeden wekt dat de veroordeelde vrijgesproken zou zijn geweest. De aangevoerde nieuwe feiten en deskundigenrapporten konden dit vermoeden niet wekken, mede omdat het hof reeds een uitgebreide motivering had gegeven en de nieuwe rapporten geen wezenlijke nieuwe inzichten boden die het bewijs wezenlijk ondermijnden.
Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen, waarmee de veroordeling in stand bleef. De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de eerdere bewijswaardering en het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen en de veroordeling blijft in stand.