ECLI:NL:HR:2001:AA9800
Hoge Raad
- Herziening
- W.E. Haak
- J.L.M. Urlings
- F.H. Koster
- A.M.M. Orie
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Herziening van veroordeling wegens medeplegen van doodslag en verkrachting op grond van nieuwe DNA-gegevens
De Hoge Raad behandelde aanvragen tot herziening van in kracht van gewijsde gegane arresten waarin de aanvragers waren veroordeeld voor medeplegen van doodslag en verkrachting. Nieuwe DNA-onderzoeken toonden aan dat spermasporen op het slachtoffer niet van de aanvragers afkomstig konden zijn, hetgeen niet bekend was bij het hof ten tijde van de eerdere veroordelingen.
Het hof had eerder geoordeeld dat het aangetroffen sperma afkomstig was van een eerdere seksuele handeling van het slachtoffer met een derde en dat dit sperma bij de verkrachting was 'versleept'. Deze theorie werd door de deskundige prof. Eskes in de herzieningsprocedure herzien, waarbij hij concludeerde dat versleping buiten een half uur na de eerste coïtus onwaarschijnlijk is en dat het sperma op het bovenbeen afkomstig moet zijn van de dader die een zaadlozing in de vagina had.
De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe feiten en inzichten, die niet bekend waren bij de eerdere rechterlijke instanties, een ernstig vermoeden scheppen dat de aanvragers bij een nieuw onderzoek vrijgesproken zouden worden. Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvragen tot herziening gegrond en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvragen tot herziening gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.