ECLI:NL:HR:2005:AS1872
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Herziening Schiedammer parkmoord op grond van nieuw DNA-bewijs en bekentenis
De zaak betreft de herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor onder meer doodslag, poging tot doodslag en verkrachting in de Schiedammer parkmoord.
De herzieningsvordering is gebaseerd op nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder een bekentenis van een andere verdachte en DNA-onderzoeken die aantonen dat het DNA op het slachtoffer niet overeenkomt met dat van de veroordeelde maar met dat van de andere verdachte. Deze bevindingen zijn onderbouwd met rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut en het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat deze nieuwe feiten en omstandigheden een ernstig vermoeden opleveren dat het hof de aanvrager vrijgesproken zou hebben indien deze bekend waren geweest. Daarom verklaart de Hoge Raad de vordering tot herziening gegrond, schorst de tenuitvoerlegging van het eerdere arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsvordering gegrond, schorst de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.