ECLI:NL:PHR:2007:BA8455
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlening voorlopige machtiging bij weigering medewerking psychiatrisch onderzoek
In deze zaak heeft de officier van justitie verzocht om een voorlopige machtiging voor opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Betrokkene weigerde mee te werken aan het psychiatrisch onderzoek door de niet-behandelend psychiater, die slechts via de intercom contact kon krijgen. De rechtbank verleende de voorlopige machtiging voor zes maanden, oordelend dat voldoende onafhankelijk onderzoek had plaatsgevonden en dat betrokkene een gevaar vormde vanwege een schizofrenie van het paranoïde type.
Betrokkene stelde in cassatie dat het onderzoek niet voldeed aan de wettelijke eisen omdat er geen direct contact was geweest en dat een contra-expertise had moeten worden gelast. De Hoge Raad overwoog dat de wet niet vereist dat het psychiatrisch onderzoek altijd in direct contact moet plaatsvinden; indien betrokkene weigert, mag de psychiater zich baseren op dossiergegevens en informatie van behandelaars. De rechtbank had voldoende onderzocht of de psychiater redelijkerwijs alles had gedaan om contact te leggen.
Ook het verzoek om een contra-expertise werd terecht afgewezen omdat betrokkene niet bereid was een andere psychiater te spreken. De rechtbank had voldoende motieven om het gevaar van maatschappelijke ondergang vast te stellen, mede gelet op de psychiatrische voorgeschiedenis en de inspanningen van hulpverleners. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de verlening van de voorlopige machtiging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de verlening van de voorlopige machtiging ondanks weigering van betrokkene om mee te werken aan het psychiatrisch onderzoek.