ECLI:NL:PHR:2007:BA6773
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling en causaliteitsverweer bij faillissement
De zaak betreft de aansprakelijkheid van een bestuurder van Blue Tomato B.V. na het faillissement van de vennootschap, waarbij de curator verhaalsvordering instelde op grond van art. 2:248 BW Pro wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. De vennootschap leed een brandschade die door verzekeraar UAP werd geweigerd vanwege het ontbreken van een inbraakalarm, waarna het faillissement werd uitgesproken.
De rechtbank stelde de bestuurder aansprakelijk, wat in hoger beroep werd bekrachtigd. Het hof oordeelde dat het niet zorgen voor een adequate verzekering aan de bestuurder kon worden toegerekend en dat de weigering van de verzekeraar geen externe oorzaak van het faillissement was. De bestuurder voerde in cassatie aan dat het hof het vermoeden dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement was onjuist had toegepast en dat het causaliteitsverweer onvoldoende was beoordeeld.
De Hoge Raad stelt dat het hof het bewijsvermoeden onjuist heeft behandeld door niet te onderzoeken of het niet-uitkeren van de verzekeringsgelden een andere belangrijke oorzaak van het faillissement dan onbehoorlijk bestuur oplevert. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een beroep op matiging op grond van art. 2:248 lid 4 BW Pro werd afgewezen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het hof voor hernieuwde beoordeling, waarbij het hof de juiste systematiek moet toepassen omtrent het ontzenuwen van het vermoeden van onbehoorlijk bestuur en de beoordeling van het matigingsverzoek.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.