ECLI:NL:PHR:2007:BA6760
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Tuinbouw-CAO bij arbeidsongeschiktheid werknemer in groothandel met kwekersactiviteiten
De eiseres was van oktober 2000 tot oktober 2001 in dienst bij de verweerster en werd in december 2000 volledig arbeidsongeschikt. Zij ontving 70% van haar salaris conform de CAO voor Bank- en Verzekeringswezen, maar vorderde betaling van 100% salaris op grond van de Tuinbouw-CAO, die zij toepasselijk achtte.
De kantonrechter wees de vordering deels toe, maar het hof oordeelde dat de activiteiten van de verweerster niet hoofdzakelijk bestonden uit (pot)plantenteelt, waardoor de Tuinbouw-CAO niet van toepassing was. Het hof maakte daarbij een onderscheid tussen kwekersactiviteiten en handelsactiviteiten, waarbij het onderhoud en de bewerking van planten in de groothandel niet als kwekersactiviteiten werden gezien.
De Hoge Raad stelt dat dit onderscheid onhoudbaar is en dat de activiteiten waarbij wortelstokken worden verzorgd en planten worden onderhouden wel degelijk onder plantenteelt vallen zoals bedoeld in de CAO. Ook het begrip groothandel mag niet leiden tot het uitsluiten van deze activiteiten als kwekersactiviteiten. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en benadrukt dat de CAO als recht in de zin van art. 79 RO Pro moet worden uitgelegd.
De Hoge Raad erkent dat het hof niet heeft onderzocht of de kwekersactiviteiten in hoofdzaak worden uitgeoefend, maar dat het oordeel dat de activiteiten niet onder plantenteelt vallen niet houdbaar is. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling. De vordering tot betaling van het volledige salaris over april 2001 werd door de kantonrechter al toegekend en blijft onbetwist.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste uitleg van algemeen verbindend verklaarde CAO's en de noodzaak om feitelijke activiteiten zorgvuldig te beoordelen bij de toepasselijkheid van CAO-bepalingen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en oordeelt dat de Tuinbouw-CAO van toepassing is op de werkzaamheden van de verweerster, waardoor eiseres recht heeft op loonsuppletie.