ECLI:NL:GHSGR:2005:AV4764
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. M.E. In ’t Velt-Meijer
- A.A. Schuering
- C.G. Beyer-Lazonder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of waterplantenactiviteiten onder werkingssfeer van de CAO Tuinbouw vallen
In deze civiele zaak staat centraal of de activiteiten van Van der Velde Waterplanten B.V. onder de werkingssfeer van de CAO Tuinbouw vallen. De werkneemster stelt dat Van der Velde kwekerijactiviteiten verricht die onder de CAO vallen, terwijl Van der Velde betoogt dat haar activiteiten vooral bestaan uit handelsactiviteiten en doorverkoop van waterplanten, met slechts een gering aandeel opkweken.
Het hof heeft bij tussenarrest bepaald dat de werkneemster de bewijslast draagt voor haar stelling dat Van der Velde onder de CAO valt. Van der Velde is verplicht meer informatie te verstrekken over haar kwekersactiviteiten ten opzichte van handelsactiviteiten, onder meer door het overleggen van jaarstukken van verschillende vennootschappen binnen de groep.
De overgelegde jaarstukken geven echter onvoldoende duidelijkheid over de aard van de activiteiten. Het hof wijst een comparitie aan om nadere informatie te verkrijgen en te proberen een minnelijke regeling te bereiken, waarbij het geschil vooral draait om een bedrag gelijk aan 30% van het overeengekomen loon. Het hof wijst tevens af dat een onafhankelijke accountant wordt benoemd voor onderzoek naar de stukken, omdat het hier om informatieverstrekking gaat en niet om bewijslevering door Van der Velde.
De zaak wordt aangehouden voor verdere besluitvorming na de comparitie. Het hof benadrukt dat de bewijslast bij de werkneemster blijft rusten, die zal moeten bewijzen dat Van der Velde uitsluitend of in hoofdzaak kwekerijactiviteiten uitoefent.
Uitkomst: Het hof houdt verdere beslissing aan en gelast een comparitie voor nadere informatie en minnelijke regeling.