ECLI:NL:PHR:2007:AZ8175
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep partneralimentatie wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie na hun echtscheiding in 1994. De vrouw verzocht in 2003 om wijziging van de alimentatie met terugwerkende kracht vanaf 1998, maar de rechtbank wees dit af vanwege rechtszekerheid en stelde de ingangsdatum vast op de datum van het verzoek in 2003.
De man stelde verweer over de behoefte van de vrouw en zijn draagkracht. Het hof verklaarde het incidenteel hoger beroep van de vrouw tegen een eerdere beschikking niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, en stelde de alimentatie vanaf 31 maart 2003 vast op €966 per maand.
De vrouw stelde cassatie in tegen deze beslissing en klaagde onder meer over het tijdstip van uitspraak en de ontvankelijkheid van haar hoger beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het uitblijven van mededeling van een nieuwe uitspraakdatum geen reden tot vernietiging is en bevestigde dat de vrouw niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig instellen van hoger beroep binnen de wettelijke termijn.
De Hoge Raad benadrukte dat de rechtbank niet bevoegd was de beroepstermijn te wijzigen, ook niet door onjuiste mededeling in de beschikking. De vaststelling van draagkracht en behoefte door het hof is niet onbegrijpelijk of onjuist. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hoger beroep van de vrouw is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.