ECLI:NL:HR:2007:AZ8175
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake partneralimentatie na echtscheiding
De vrouw diende een verzoek in bij de rechtbank Leeuwarden om de beschikking van de rechtbank Arnhem uit 1997 te wijzigen en de man te verplichten tot een partneralimentatie van €3.000 per maand vanaf 28 maart 1998. De man bestreed dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek voor de periode tot 31 maart 2003 af en verwees de zaak voor het overige door.
Na een tussenbeschikking wijzigde de rechtbank de alimentatieverplichting vanaf 31 maart 2003 tot €1.942 per maand. Hiertegen stelde de man hoger beroep in, en de vrouw incidenteel hoger beroep. Het hof verklaarde het incidenteel beroep van de vrouw niet-ontvankelijk voor de periode tot 31 maart 2003, vernietigde de beschikking voor het overige en bepaalde de alimentatie vanaf genoemde datum op €966 per maand.
De vrouw stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de beslissing van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de alimentatieverplichting van €966 per maand vanaf 31 maart 2003.