ECLI:NL:PHR:2007:AZ7118
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontnemingsvordering en toepassing artikel 36e lid 3 Sr in mensensmokkelzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Hof Amsterdam waarin de veroordeelde werd verplicht tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 100.000,-. De ontnemingsvordering is gebaseerd op verklaringen van de veroordeelde en een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) dat uitgaat van een grotere omvang van mensensmokkel dan waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld.
De verdediging voerde aan dat toepassing van artikel 36e lid 3 Sr in combinatie met het gebruik van verklaringen over niet bewezenverklaarde feiten in strijd is met het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro). Het hof verwierp dit verweer, maar de advocaat-generaal stelde dat het hof de motivering van die verwerping onvoldoende had toegelicht.
De Hoge Raad bevestigt dat de ontnemingsmaatregel niet vereist dat de veroordeelde daadwerkelijk alle feiten heeft begaan waarop de berekening is gebaseerd, en dat dit niet in strijd is met het vermoeden van onschuld of het fair trial-beginsel. De verdediging heeft voldoende gelegenheid gehad zich te verweren, onder meer tegen de betrouwbaarheid van de verklaringen. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Daarnaast faalt het middel dat stelt dat het hof ten onrechte is afgeweken van het standpunt van de advocaat-generaal bij de berekening van het ontnomen bedrag. De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft gehandeld en dat er geen aanleiding is tot vernietiging.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van € 100.000,- blijft in stand.