ECLI:NL:HR:2004:AO2607
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Toepassing en motivering van ontnemingsmaatregel bij meerdere strafbare feiten
De Hoge Raad oordeelt over de toepassing van art. 359 lid 7 Sv Pro in ontnemingszaken, waarbij het OM een matigingsbevoegdheid vordert en de rechter een hoger bedrag vaststelt dan gevorderd. De rechter moet dan zodanig motiveren dat betrokkene niet in het ongewisse blijft over de redenen van de hogere vaststelling.
In deze zaak ging het om een ontnemingsvordering die betrekking had op meerdere strafbare feiten. Het hof bracht de aan benadeelde derden toegekende vorderingen per afzonderlijk feit in mindering op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad oordeelde dat dit geen onjuiste uitleg van art. 36e lid 6 Sr is.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de hoogte van het opgelegde bedrag en vervangende hechtenis betreft, stelde het bedrag vast op € 113.497,76 en verwierp het beroep voor het overige. Tevens corrigeerde de Hoge Raad een rekenfout in de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel in een van de zaken.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt het te betalen bedrag aan ontneming vast op € 113.497,76 en vernietigt het bestreden arrest voor zover vervangende hechtenis is opgelegd.