ECLI:NL:HR:2003:AF4146
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontnemingsmaatregel ondanks vrijspraak in strafzaak
In deze zaak stond de betrokkene terecht voor diverse diefstal- en helingsfeiten. Hoewel hij in hoger beroep voor een aantal feiten werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs, legde het hof hem toch een ontnemingsmaatregel op voor het wederrechtelijk verkregen voordeel uit zowel bewezen als soortgelijke, niet bewezen verklaarde feiten.
De Hoge Raad bevestigt dat de maatregel van ontneming geen straf is, maar een bijzondere maatregel gericht op het ongedaan maken van onrechtmatig verkregen voordeel. De bewijsstandaard voor ontneming is minder streng dan bij strafoplegging, waardoor ook feiten waarvoor verdachte is vrijgesproken in aanmerking kunnen worden genomen als er voldoende aanwijzingen zijn dat deze zijn begaan.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de betrokkene dat deze maatregel in strijd zou zijn met het recht op onschuld en het EVRM. De procedure biedt voldoende waarborgen voor hoor en wederhoor. Het hof had voldoende gemotiveerd dat de betrokkene voordeel had verkregen uit de bewezen en soortgelijke feiten.
Daarom werd het beroep in cassatie verworpen en bleef de ontnemingsmaatregel van circa ƒ 147.493,- in stand. Dit arrest bevestigt de rechtspraak dat ontneming ook kan worden opgelegd bij vrijspraak in de strafzaak, mits de wettelijke voorwaarden worden nageleefd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontnemingsmaatregel van ƒ 147.493,- ondanks vrijspraak in de strafzaak.