ECLI:NL:PHR:2007:AZ3162
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over gelegenheid tot betaling bij beslag op banksaldi en vervolgingskosten
In deze zaak gaat het om de vraag of X B.V. in de gelegenheid is geweest om de in naheffingsaanslagen vastgestelde belastingschulden te voldoen, terwijl direct na uitreiking van de aanslagen en dwangbevelen beslag werd gelegd op haar banksaldi. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende niet in de gelegenheid was geweest tot betaling en vernietigde daarom de beschikking tot het in rekening brengen van vervolgingskosten.
De staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overweegt dat het leggen van derdenbeslag op banksaldi niet betekent dat de belastingplichtige feitelijk niet kan betalen, omdat de blokkerende werking van het beslag alleen ten gunste van de beslaglegger werkt en niet verhindert dat de belastingplichtige aan de ontvanger betaalt. De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het Hof dat belanghebbende niet in de gelegenheid was om te betalen, onjuist is.
De Hoge Raad bevestigt dat vervolgingskosten kunnen worden opgelegd indien de belastingplichtige in de gelegenheid is geweest kennis te nemen van de schuld en deze te voldoen, ongeacht of de belastingplichtige daadwerkelijk over voldoende middelen beschikte. De uitspraak van het Hof wordt vernietigd en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond, waardoor vervolgingskosten terecht in rekening kunnen worden gebracht.