ECLI:NL:HR:2003:AN9567
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kosten van vervolging bij betekening dwangbevelen ondanks correspondentieadres
Belanghebbende was geconfronteerd met navorderingsaanslagen en naheffingsaanslagen over meerdere jaren, waarop door de belastingdeurwaarder dwangbevelen werden betekend op het door hem opgegeven correspondentieadres. Hoewel belanghebbende niet in de Gemeentelijke Bevolkingsadministratie was ingeschreven, werd aangenomen dat hij zijn zaken zo moest regelen dat hij tijdig kennis kon nemen van de stukken die aan dat adres werden verzonden.
Na het uitblijven van betaling bracht de ontvanger vervolgingskosten van ƒ 15.000 in rekening, welke kosten na bezwaar en beroep door het Hof werden gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat hij geen kosten van vervolging verschuldigd was omdat hij geen kennis had kunnen nemen van de belastingschuld bij betekening van de dwangbevelen.
De Hoge Raad verwierp dit verweer en oordeelde dat de kosten van vervolging alleen in rekening mogen worden gebracht indien de belastingplichtige in de gelegenheid is geweest kennis te nemen van zijn belastingschuld en deze te voldoen. Het feit dat belanghebbende een correspondentieadres had opgegeven en klaarblijkelijk in Nederland verbleef, maakte dat hij zijn zaken zo moest regelen dat hij tijdig kennis kon nemen van de stukken. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de kosten van vervolging terecht zijn opgelegd.