ECLI:NL:PHR:2006:AV3387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in internationale kinderontvoeringszaak wegens overschrijding termijn
De zaak betreft een verzoek tot teruggeleiding van twee kinderen van Nederland naar Frankrijk op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De moeder had de kinderen zonder toestemming van de vader naar Nederland gebracht, waarna de vader een kort geding startte in Frankrijk en een teruggeleidingsverzoek indiende via de Centrale Autoriteit in Nederland.
De Nederlandse rechtbank en het hof hebben het verzoek van de vader toegewezen en de moeder gelast de kinderen terug te brengen naar Frankrijk. De moeder beriep zich op de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 onder Pro b HKOV, stellende dat terugkeer de kinderen aan geestelijk gevaar zou blootstellen. Het hof oordeelde echter dat dit gevaar niet zodanig was bewezen, mede gelet op toezeggingen van de vader en de leeftijd van de kinderen.
De moeder stelde cassatieberoep in, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke termijn. Zij voerde aan dat zij te laat op de hoogte was gesteld van het hofbesluit en dat de termijn daardoor verlengd moest worden. De Hoge Raad oordeelde dat de omstandigheden niet voldeden aan de uitzonderingsgrond voor termijnverlenging en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Daarnaast werden de inhoudelijke klachten van de moeder ongegrond bevonden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de moeder niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de cassatietermijn.