ECLI:NL:PHR:2006:AU6516
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid beroep koper op ontbindende voorwaarde bij aankoop flatgebouw
Mitros en Staal sloten op 30 maart 2001 een koopovereenkomst voor een flatgebouw met een ontbindende voorwaarde dat Staal uiterlijk 1 oktober 2001 een splitsingsvergunning moest verkrijgen onder redelijkerwijs te aanvaarden voorwaarden. Staal stelde op 28 september 2001 dat de vergunning nog niet was verleend en beriep zich op de ontbindende voorwaarde. De rechtbank en het hof oordeelden dat er op dat moment onvoldoende duidelijkheid was over de bouwkundige voorzieningen en kosten, waardoor Staal terecht een beroep kon doen op de ontbindende voorwaarde.
Mitros stelde in cassatie dat Staal redelijkerwijs de voorwaarden en kosten had moeten aanvaarden, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof de feiten en omstandigheden voldoende had gemotiveerd en dat het oordeel dat Staal niet het risico van de kosten had aanvaard, niet onbegrijpelijk was. Ook werd bevestigd dat de ontbindende voorwaarde moet worden uitgelegd in het licht van redelijkheid en billijkheid, waarbij onzekerheid over de voorwaarden en kosten een redelijke grond voor ontbinding kan vormen.
De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten en bevestigde het arrest van het hof, waarmee Staal in redelijkheid de ontbindende voorwaarde kon inroepen en de koopovereenkomst ontbonden kon worden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de koper zich in redelijkheid op de ontbindende voorwaarde kon beroepen.