ECLI:NL:PHR:2006:AU2399
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vergoedingsrechten bij gemeenschap van vruchten en inkomsten in huwelijksvermogensrecht
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een beperkte gemeenschap van vruchten en inkomsten. De vrouw vordert restitutie van aan haar vermogen onttrokken bestanddelen en verrekening van investeringen in de voormalige echtelijke woning. De man betwist bestuur over haar goederen en aansprakelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de opbrengsten van de verkoop van gronden in de gemeenschap zijn gevloeid en dat de vrouw geen vordering op de man heeft indien de gemeenschap ontoereikend is. Het hof bekrachtigde dit oordeel en wees een deskundigenonderzoek af wegens onvoldoende gegevens en hoge kosten.
De vrouw stelde cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelt dat de vrouw bij ontoereikendheid van het gemeenschapsvermogen wel een vordering op de man in privé heeft voor de helft van de reprise. Het hof heeft dit onjuist beoordeeld en de zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde beoordeling, waarbij de man veroordeeld kan worden tot betaling van de helft van de opbrengsten van de verkoop van de gronden.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat het uitgangspunt is dat vergoedingsrechten worden berekend op nominale bedragen, tenzij uitzonderingen op grond van redelijkheid en billijkheid zich voordoen, welke hier niet zijn aangetoond. De bewijslastverdeling volgt de gewone regels en het hof heeft terecht geen deskundigenonderzoek bevolen wegens gebrek aan concrete gegevens.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug waarbij de man veroordeeld kan worden tot betaling van de helft van de opbrengsten van de verkoop van de gronden.