ECLI:NL:HR:2001:AB2019
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schadevergoeding voor niet-afgenomen melkpoeder ondanks discussie over dekkingsverkoop
De zaak betreft een geschil tussen Interfood en [verweerder] over de levering en terugname van 18.660 kg melkpoeder. Interfood had nagelaten deze partij melkpoeder af te nemen, waarna [verweerder] de partij aan een derde, Tulp, verkocht. De vraag was of deze verkoop als een redelijke dekkingsverkoop kon worden beschouwd en hoe de schade berekend moest worden.
Het Hof te 's-Hertogenbosch had het vonnis van eerste aanleg vernietigd en Interfood veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van ƒ 44.784,-- met rente. Interfood stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en oordeelt dat de klachten over eerdere tussenarresten niet ontvankelijk zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat [verweerder] bereid was de melkpoeder terug te nemen en dat de verkoop aan Tulp relevant is voor de schadeberekening. De correctie van het geleverde gewicht van 18.660 kg naar 18.520 kg leidt tot een aangepaste schadevergoeding van ƒ 44.448,--. Klachten over de schadeberekening en aansprakelijkheid van [verweerder] jegens Tulp worden verworpen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Interfood in de proceskosten. Hiermee blijft het arrest van het Hof in stand, met de correctie van het schadebedrag.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt een schadevergoeding van ƒ 44.448,-- aan [verweerder].