ECLI:NL:PHR:2005:AU3951
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opzetheling en overtreding Wet wisselkantoren ondanks samenloop
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van opzetheling van geldbedragen die afkomstig waren uit criminele activiteiten, alsmede voor het zonder vergunning bedrijfsmatig uitvoeren van wisseltransacties in strijd met de Wet inzake de wisselkantoren. Het hof had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden en een geldboete.
Verdediging voerde aan dat de veroordeling voor opzetheling niet verenigbaar was met de veroordeling voor het economisch delict van het zonder vergunning wisselkantoor exploiteren, verwijzend naar de 'heler-stelerregel'. De Hoge Raad verwierp dit verweer en oordeelde dat de verschillende strafbare feiten verschillende doelstellingen dienen en dat vervolging voor beide feiten naast elkaar mogelijk is.
Verder werd betwist of de herkomst van de geldbedragen uit misdrijf voldoende was bewezen. De Hoge Raad bevestigde dat het hof de bewezenverklaring voldoende heeft gemotiveerd aan de hand van onder meer verklaringen van verdachte, codetaalgebruik, ongebruikelijke locaties en het staken van transacties na politie-inmenging.
Ten slotte erkende de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, wat tot strafvermindering zal leiden. De overige middelen van cassatie werden verworpen, waardoor het hofarrest in stand blijft met een aangepaste straf.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor opzetheling en overtreding van de Wet inzake de wisselkantoren met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.