ECLI:NL:PHR:2005:AT5801
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de schadevergoedingsmaatregel bij jeugdige verdachten in het strafrecht
In deze zaak betwist de verdachte de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, omdat hij ten tijde van het bewezenverklaarde feit nog geen 18 jaar oud was. De Hoge Raad onderzoekt de parlementaire geschiedenis en de toepasselijke wetgeving omtrent de schadevergoedingsmaatregel, met name in relatie tot jeugdigen.
De Hoge Raad stelt vast dat de schadevergoedingsmaatregel oorspronkelijk alleen voor volwassenen was bedoeld, maar dat met de invoering van de Wet van 7 juli 1994 het strafrecht voor jeugdigen is herzien en de maatregel ook voor jeugdige verdachten kan worden toegepast. De wetgeving sluit de toepassing van deze maatregel uit voor verdachten jonger dan 14 jaar, omdat zij niet civielrechtelijk aansprakelijk zijn voor de schade.
De Hoge Raad bevestigt dat de maatregel ook kan worden opgelegd aan jeugdigen van 14 jaar en ouder en dat het hof terecht art. 36f Sr heeft toegepast. Hoewel het hof verzuimd heeft art. 77l Sr te noemen bij de vervangende jeugddetentie, is dit verzuim onvoldoende om de uitspraak te vernietigen. Het middel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de schadevergoedingsmaatregel ook kan worden opgelegd aan jeugdige verdachten van 14 jaar en ouder en verwerpt het cassatieberoep.