ECLI:NL:PHR:2005:AR7626
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onttrekking aan het verkeer van geld als wettig betaalmiddel
In deze zaak betrof het de vraag of een geldbedrag van ruim 280.000 gulden, in beslag genomen in een strafrechtelijk onderzoek naar drugshandel en witwassen, onttrokken kon worden aan het verkeer. De rechtbank had dit afgewezen omdat geld naar zijn aard niet vatbaar zou zijn voor onttrekking aan het verkeer. Het openbaar ministerie ging hiertegen in cassatie.
De Hoge Raad overweegt dat geld als wettig betaalmiddel niet van aard verandert door de herkomst, maar nuanceert dit door te stellen dat onder bepaalde omstandigheden, zoals bij witwasgeld, onttrekking aan het verkeer mogelijk is. Dit is vooral relevant wanneer het geld verband houdt met strafbare feiten zoals witwassen, waarbij het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet en het algemeen belang.
De Hoge Raad benadrukt dat onttrekking aan het verkeer een maatregel is die de maatschappij beschermt tegen ongewenste voorwerpen en dat de procedure waarborgt dat de onschuldpresumptie en het recht op een eerlijk proces worden gerespecteerd. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling, waarbij de feitenrechter moet vaststellen of het geld daadwerkelijk afkomstig is uit strafbare feiten en of betrokkene hiervan op de hoogte was.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak voor hernieuwde beoordeling naar het gerechtshof.