ECLI:NL:PHR:2005:AR7619
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor overtreding visserijvoorschriften met touwtjesmethode
De zaak betreft een rechtspersoon die werd veroordeeld voor het medeplegen van een overtreding van artikel 3 van Pro de Regeling technische maatregelen 2000, waarbij voorzieningen aan visnetten werden aangebracht die de mazen konden versperren of verkleinen, de zogenaamde touwtjesmethode.
Het hof had geoordeeld dat de gedraging redelijkerwijs aan de verdachte kon worden toegerekend omdat het vissen met touwtjes binnen de normale bedrijfsvoering viel en de bemanning, in dienst van de verdachte, de touwtjes had bevestigd. Het hof verwierp ook het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en wees het verzoek tot het horen van een getuige af.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gedraging aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. De enkele dienstigheid van de verboden handeling aan het bedrijf is onvoldoende. Ook is onduidelijk welke relatie de bemanning tot de verdachte had en is het verweer dat de verdachte de touwtjesmethode niet kende niet voldoende betrokken.
Verder is het hof voorbijgegaan aan het feit dat de schipper opdracht gaf tot het bevestigen van de touwtjes, wat relevant kan zijn voor het daderschap. De bewezenverklaring is daarom onvoldoende gemotiveerd en het arrest wordt vernietigd en verwezen naar een ander hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde berechting.