ECLI:NL:HR:2001:AB3141
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid voor lozen olie vanaf mijnbouwinstallatie op continentaal plat
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat de verdachte heeft veroordeeld voor het lozen van olie, in ieder geval een oliehoudend mengsel, vanaf een mijnbouwinstallatie op het Nederlandse continentaal plat. De verdachte voerde onder meer aan dat de zorgplicht was overgedragen aan Neddrill, de contractor die de werkzaamheden uitvoerde, en dat daardoor geen toerekening van de gedraging aan haar mogelijk was.
De Hoge Raad oordeelt dat het stelsel van overdracht van zorgplichten zoals neergelegd in het Mijnreglement continentaal plat (MRCP) niet afdoet aan de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte. De bepalingen in artikel 7 en Pro 11 MRCP regelen de zorgplicht binnen en tussen ondernemingen, maar de strafrechtelijke norm uit artikel 49a MRCP richt zich tot een ieder en kan ook natuurlijke personen en rechtspersonen treffen.
Het hof had vastgesteld dat de verdachte de leiding en uiteindelijke verantwoordelijkheid had over de werkzaamheden, toezicht hield via een company representative, en rapportages aan toezichthouders verstuurde. Dit rechtvaardigt de toerekening van het lozen aan de verdachte. De Hoge Raad vindt het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en ziet geen reden tot cassatie. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor het lozen van olie vanaf een mijnbouwinstallatie.