ECLI:NL:PHR:2005:AR6202
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herstel van kennelijke schrijffout in arrest omtrent concurrentieverbod en termijn
In deze zaak stond centraal het herstel van een kennelijke schrijffout in het dictum van een arrest van het gerechtshof Arnhem. Het hof had in de overwegingen een verbodstermijn van drie jaar genoemd voor het betrokken zijn bij de handel in cupjes en katoenhouders, maar in het dictum stond abusievelijk twee jaar. Het hof heeft dit bij een herstelarrest gecorrigeerd.
De eiser in cassatie betoogde dat geen sprake was van een kennelijke fout en dat het hof buiten het toepassingsgebied van art. 31 Rv Pro. was getreden. De Hoge Raad overwoog dat een kennelijke fout een reken- of schrijffout is waarvan voor partijen en derden direct duidelijk is dat het om een vergissing gaat en die niet voor redelijke twijfel vatbaar is. Het arrest moet zodanig zijn dat het dictum logisch voortvloeit uit de overwegingen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het dictum heeft hersteld en dat het herstelarrest rechtsgeldig is. Het begrip 'kennelijk' vereist dat de fout voor partijen en derden kenbaar is, en het arrest moet openbaar worden gesteld. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde dat het oorspronkelijke arrest met het verbeterde dictum geldt. Het arrest benadrukt de smalle marges voor herstel en het belang van rechtszekerheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het herstelarrest wordt bevestigd.