ECLI:NL:PHR:2004:AO7411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de reikwijdte van een non-concurrentiebeding in assurantiebranche
Deze zaak betreft een geschil tussen eiseres en verweerder over de uitleg en naleving van een non-concurrentiebeding in een beëindigingsovereenkomst van hun samenwerking binnen een assurantiekantoor. Na beëindiging van de samenwerking in 1996 stelde eiseres dat verweerder het beding had overtreden door cliënten te benaderen en negatieve uitlatingen te doen. Eiseres vorderde een boete van 650.000 gulden.
De rechtbank Zutphen oordeelde dat niet alle overtredingen bewezen waren en dat sociale contacten niet onder het beding vielen. Het hof Arnhem bevestigde dit deels, vernietigde het eindvonnis in conventie en veroordeelde verweerder tot betaling van een lagere boete. Het hof legde de uitleg van het begrip "cliënt" restrictief uit, mede op basis van de Haviltex-maatstaf.
De Hoge Raad toetste in cassatie de motivering en toepassing van de Haviltex-norm door het hof en bevestigde dat het begrip "cliënt" niet ruimer mag worden uitgelegd dan redelijkerwijs door partijen werd bedoeld. De conclusie van de advocaat-generaal was dat de cassatieklacht moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem bevestigd.