ECLI:NL:PHR:2004:AO7190
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid Academisch Ziekenhuis Groningen voor tekortschietende zorg bij bevalling met ernstig letsel
In deze zaak vordert verweerster namens zichzelf en haar dochter schadevergoeding van het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) wegens onzorgvuldige behandeling tijdens de bevalling in 1991. De dochter liep door een zuurstoftekort ernstig en blijvend letsel op. Diverse deskundigen rapporteerden over de gang van zaken, waarbij één deskundige concludeerde dat de baring onzorgvuldig was geleid.
De rechtbank stelde vast dat AZG tekortgeschoten is in de nakoming van de behandelovereenkomst en veroordeelde AZG tot schadevergoeding, maar verklaarde verweerster niet-ontvankelijk als wettelijk vertegenwoordiger van de dochter wegens het ontbreken van een machtiging. Het hof bekrachtigde dit oordeel en nam het rapport van de onafhankelijke deskundige als uitgangspunt, waarbij het hof oordeelde dat AZG te traag had gereageerd op tekenen van foetale nood.
AZG stelde in hoger beroep en cassatie onder meer dat er geen causaal verband was tussen het tekortschieten en de schade, en dat ook bij tijdiger ingrijpen letsel zou zijn opgetreden. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de omkeringsregel toepasselijk is, waardoor AZG de bewijslast draagt om aan te tonen dat de schade ook zonder tekortkoming zou zijn ontstaan. AZG heeft dit onvoldoende onderbouwd, waardoor het beroep wordt verworpen en AZG volledig aansprakelijk blijft voor de schade.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van AZG voor de volledige schade van de dochter als gevolg van tekortschietende zorg tijdens de bevalling.