ECLI:NL:PHR:2007:AZ2658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toewijzing pensioenverevening bij scheiding ondanks pensioen in eigen beheer en onvermogen tot afstorting
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben in 1990 huwelijksvoorwaarden opgesteld waarin de onderneming van de man is uitgesloten van verrekening bij scheiding, terwijl de vrouw wel in de waardevermeerdering van de woning deelt. Bij echtscheiding in 2003 ontstond discussie over de verdeling van het pensioen dat de man als directeur-grootaandeelhouder in eigen beheer had opgebouwd binnen zijn B.V.'s. De vrouw vorderde afstorting van de helft van het pensioen aan een externe pensioenverzekeraar, terwijl de man stelde dat de onderneming onvoldoende middelen had om dit te voldoen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de vrouw recht heeft op de helft van het pensioen en dat afstorting in beginsel dient plaats te vinden. Het hof wees verzoeken van de vrouw af om ook de waardevermeerdering van de onderneming te verrekenen en om de man persoonlijk te veroordelen tot betaling. Het hof vond de ongelijke behandeling van de echtgenoten in de huwelijksvoorwaarden niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
In cassatie klaagde de man over het oordeel dat afstorting in beginsel moet plaatsvinden ondanks het gebrek aan liquide middelen. De Hoge Raad bevestigde dat de verplichting tot afstorting voortvloeit uit redelijkheid en billijkheid en dat de vrouw niet het ondernemersrisico hoeft te dragen. Afstorting kan slechts worden uitgesloten als dit de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt, hetgeen niet voldoende is onderbouwd. De Hoge Raad verwierp ook de klachten over de motivering en de afwijzing van persoonlijke veroordeling van de man en bevestigde de ingangsdatum van de wettelijke rente vanaf de beschikking van het hof.
Uitkomst: De man is verplicht tot afstorting van de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen aan een externe pensioenverzekeraar, ondanks het pensioen in eigen beheer en het gebrek aan liquide middelen.