ECLI:NL:PHR:2004:AO6019
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting gemeente tot handhaving vaardiepte waterkavel
De zaak betreft een geschil tussen een koper van een waterkavel en de gemeente over de diepte van het aanliggende vaarwater. De koper stelde dat de gemeente een doorlopende verplichting had om het water tot twee meter diep te houden, wat essentieel was voor het gebruik van zijn zeilboot. De rechtbank oordeelde aanvankelijk in het voordeel van de koper, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af. Het hof stelde dat de mededelingen over de waterdiepte in een brief van de gemeente niet als een toezegging mochten worden opgevat dat de gemeente het water ook in de toekomst op diepte zou houden.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de brief slechts een indicatie gaf van de diepte op het moment van levering en dat een voortdurende onderhoudsverplichting niet zonder expliciete toezegging kan worden aangenomen. Ook het beroep op dwaling faalt omdat het gaat om een teleurgestelde toekomstverwachting en niet om onjuiste inlichtingen bij de koopovereenkomst. De Hoge Raad benadrukt dat de Haviltex-maatstaf correct is toegepast en dat het hof voldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheden.
De uitspraak benadrukt dat bij verkoop van onroerende zaken met omgevingsfactoren zoals vaarwater, de koper niet zonder meer mag verwachten dat de verkoper een voortdurende onderhoudsverplichting op zich neemt, tenzij dit expliciet is overeengekomen. De gemeente is niet gehouden tot het handhaven van een vaargeul van twee meter diepte, ondanks de mededelingen in de verkoopprocedure.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het beroep van de koper af en bevestigt dat de gemeente niet verplicht is het vaarwater continu op twee meter diepte te houden.