ECLI:NL:HR:2001:AA9430
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Uitleg van een beding in verzorgingsovereenkomst over vergoeding arbeid verpachter
Partijen sloten op 30 april 1993 een verzorgingsovereenkomst in verband met een pluimveebedrijf en een koopovereenkomst van mestproductierechten. Er ontstond onenigheid over de uitleg van artikel 6 van Pro de verzorgingsovereenkomst, met name over de vergoeding van 15% op het geïnvesteerde bedrag en een vermeende rentevergoeding over de koopsom.
De rechtbank stelde vast dat de vergoeding beperkt was tot betalingen voor de mestkuikens en wees een vergoeding voor administratiekosten af. Het hof oordeelde dat de overeenkomst onduidelijk was en paste redelijkheid en billijkheid toe om de betekenis van het beding te bepalen, wat door de Hoge Raad onjuist werd bevonden.
De Hoge Raad stelde dat het hof onvoldoende onderzoek had gedaan naar de verklaringen en gedragingen van partijen en dat het hof ten onrechte alleen op redelijkheid en billijkheid was afgegaan zonder de context van de onderhandelingen en het doel van de overeenkomst te betrekken.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en een juiste uitleg van het beding. Tevens werd de veroordeling van verweerster in de kosten van het cassatiegeding bevestigd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling en juiste uitleg van het beding.