ECLI:NL:PHR:2004:AO1969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest inzake verdeling gemeenschap appartementsrechten en woonhuis
Deze zaak betreft een geschil over de verdeling van de economische eigendom van twee appartementsrechten en een woonhuis die gezamenlijk toebehoren aan partijen. Na diverse procedures in feitelijke instanties, waaronder getuigenverhoren en bewijslevering, oordeelde het hof dat de vordering van de wederpartij grotendeels slaagde en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
[Eiseres] stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar dit betrof een tussenarrest in de zin van artikel 401a lid 2 Rv. De Hoge Raad overweegt dat tussentijds cassatieberoep tegen een tussenarrest slechts is toegestaan indien de rechter anders bepaalt, hetgeen hier niet het geval is.
De conclusie van de Advocaat-Generaal wijst erop dat de wetgever met de invoering van artikel 401a Rv. bewust heeft gekozen voor een systeem waarin tussentijds cassatieberoep in beginsel niet is toegestaan zonder rechterlijke toestemming. [Eiseres] had deze toestemming bij het hof moeten aanvragen, maar heeft dit nagelaten.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De incidentele conclusie tot toelating van tussentijds cassatieberoep wordt eveneens verworpen. De procedure wordt hiermee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van het geschil over de eigendomsverdeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het tussenarrest wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van rechterlijke toestemming.