ECLI:NL:PHR:2004:AI0670
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toerekening en waardering van swapovereenkomst aan Zwitserse vaste inrichting in vennootschapsbelastingzaak
In deze zaak staat de fiscale behandeling van een swapovereenkomst tussen belanghebbende, een Nederlandse vennootschap met een Zwitserse vaste inrichting, en AB centraal. De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, dat oordeelde dat de aanslag vennootschapsbelasting terecht was verminderd.
De kernvragen betroffen de rechtsgeldigheid van aanslagen opgelegd aan een ontbonden vennootschap waarvan de vereffening was voltooid, de toerekening van swapgerelateerde vermogensbestanddelen aan de Zwitserse vaste inrichting en de waardering van deze vermogensbestanddelen volgens goed koopmansgebruik.
De Hoge Raad bevestigde dat de aanslag niet nietig is, ook al was de vennootschap ontbonden en was de vereffening formeel beëindigd, omdat de belastingschuld reeds bestond en de vereffening niet kon eindigen zolang schulden niet waren voldaan. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de swapovereenkomst functioneel samenhangt met de vaste inrichting en daarom tot het vaste-inrichtingsvermogen behoort. Ten slotte werd bevestigd dat de waardering van vorderingen en schulden in vreemde valuta tegen de actuele koers op balansdatum in overeenstemming is met goed koopmansgebruik, ook als er geen volledige match is tussen swap en onderliggende vordering.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de swapvermogensbestanddelen tot het vaste-inrichtingsvermogen behoren en de aanslag aan de ontbonden vennootschap niet nietig is.