ECLI:NL:PHR:2012:BX6716
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale eenheid en art. 25 BRK toepassing bij grensoverschrijdende rentebetalingen
In deze zaak staat centraal of intra-eenheidsrentebetalingen binnen een grensoverschrijdende fiscale eenheid zichtbaar zijn voor de toepassing van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) en of de Nederlandse heffing over deze rente in strijd is met het EU-recht. De belanghebbenden voerden aan dat zij ten onrechte niet als houdstervennootschap in de zin van art. 25 BRK Pro werden aangemerkt, waardoor de rente onterecht hoger dan 4% werd belast. Tevens werd betoogd dat de Nederlandse heffing strijdig zou zijn met EU-verkeersvrijheden.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat door de fiscale eenheid de rentebetalingen fiscaal onzichtbaar zijn en dat X1 niet als houdstermaatschappij kan worden aangemerkt. Ook werd geoordeeld dat de Nederlandse heffing niet in strijd is met het EU-recht, mede omdat de keuze voor een fiscale eenheid een vrije keuze is van de belanghebbenden. De Hoge Raad bevestigt deze uitspraken en verklaart de cassatieberoepen ongegrond.
De conclusie van de Advocaat-Generaal ondersteunt deze uitkomst en wijst op de jurisprudentie rond fiscale eenheden, de werking van art. 25 BRK Pro en de toepassing van belastingverdragen. De Hoge Raad volgt deze lijn en benadrukt dat de fiscale eenheid ertoe leidt dat de dochtermaatschappij fiscaal is opgegaan in de moeder, waardoor rentebetalingen intern niet zichtbaar zijn en art. 25 BRK Pro niet van toepassing is.
Deze uitspraak bevestigt de fiscale eenheidsleer in combinatie met belastingverdragen en de BRK, en verduidelijkt de beperkte reikwijdte van art. 25 BRK Pro bij grensoverschrijdende fiscale eenheden. Tevens wordt bevestigd dat de Nederlandse heffing niet in strijd is met EU-recht, mede vanwege de interne aard van de situatie binnen het Koninkrijk.
Uitkomst: Cassatieberoepen ongegrond verklaard; intra-eenheidsrentebetalingen fiscaal onzichtbaar en art. 25 BRK niet van toepassing.