ECLI:NL:PHR:2003:AG3813
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken opzet op openbaarheid bij racistische belediging
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verzoekster werd veroordeeld wegens het zich in het openbaar opzettelijk beledigend uitlaten over Somaliërs. De beledigende uitlating vond plaats tijdens een interview met een journalist, dat later werd uitgezonden.
De Hoge Raad stelt voorop dat het delict van artikel 137c Sr opzet vereist op de openbaarheid van de beledigende uitlating. Uit de feiten blijkt dat verzoekster wist dat het interview openbaar zou worden gemaakt, maar direct na de uitlating haar woorden terugnam en de journalist verzocht de passage niet uit te zenden. Dit betekent dat het wilselement op het moment van openbaarmaking ontbrak.
Het hof had geoordeeld dat vrijwillige terugtred niet mogelijk was omdat geen correctierecht was overeengekomen en verzoekster wist dat het interview openbaar zou worden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte voorbijging aan de context en de geestesgesteldheid van verzoekster, waardoor het opzet op openbaarheid niet kon worden vastgesteld.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar een ander hof voor hernieuwde behandeling. Tevens wordt benadrukt dat journalisten zich dienen te houden aan fatsoensnormen en zorgvuldigheid, ook bij het uitzenden van controversiële uitspraken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontbreken van opzet op openbaarheid en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.