ECLI:NL:HR:2002:AD8693
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor aanzetten tot haat bij overhandiging discriminatoire tekst aan journalist
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 24 oktober 1995 in Dordrecht in het openbaar bij geschrift had aangezet tot haat tegen buitenlanders, met name allochtonen en asielzoekers, door vellen papier met discriminerende teksten te overhandigen aan een journalist van het dagblad De Dordtenaar. Het Hof verklaarde dit bewezen en veroordeelde de verdachte tot een geldboete, subsidiair voorwaardelijke hechtenis.
In cassatie voerde de verdachte onder meer aan dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat hij in het openbaar had aangezet tot haat en dat hij immuniteit genoot als gemeenteraadslid voor de overhandiging buiten de raadsvergadering. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de term 'in het openbaar' juist had geïnterpreteerd en dat de bewezenverklaring voldoende was gemotiveerd. Ook werd bevestigd dat de immuniteit van gemeenteraadsleden zich niet uitstrekt tot handelingen buiten de raadsvergadering, zoals het overhandigen van de tekst aan een journalist.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het Hof Amsterdam. De strafrechtelijke veroordeling blijft in stand, waarbij het Hof het opzet van de verdachte aannam gericht op publiciteit en het aanzetten tot haat tegen bepaalde bevolkingsgroepen. De zaak benadrukt de grenzen van immuniteit voor gemeenteraadsleden en de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het verspreiden van discriminerende uitlatingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor het in het openbaar aanzetten tot haat blijft gehandhaafd.