ECLI:NL:PHR:2003:AF9414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt totstandkoming huurovereenkomst ondanks onbevoegdheid vertegenwoordiger Regiopolitie
In deze zaak stond centraal of tussen Hovax B.V. en de Regiopolitie Gelderland-Zuid een rechtsgeldige huurovereenkomst tot stand was gekomen voor een pand te Nijmegen. De Regiopolitie was destijds in oprichting en de onderhandelingen werden gevoerd door een ambtenaar ([betrokkene 2]) die formeel niet bevoegd was om namens de Regiopolitie te contracteren. De Hoge Raad bevestigde dat ondanks het ontbreken van formele vertegenwoordigingsbevoegdheid, de Regiopolitie door haar gedragingen en het nalaten van duidelijke afwijzing de schijn van bevoegdheid heeft gewekt, waarop Hovax gerechtvaardigd mocht vertrouwen.
De Rechtbank Arnhem had eerder geoordeeld dat wilsovereenstemming over de essentialia van de huurovereenkomst op 18 juni 1993 was bereikt en dat de Regiopolitie zich niet meer kon terugtrekken. Ook werd vastgesteld dat Hovax recht had op schadevergoeding wegens huurderving. De Hoge Raad verwierp de klachten van de Regiopolitie over het ontbreken van een perfecte overeenkomst en de bevoegdheid van de vertegenwoordiger, en benadrukte het belang van het handelsverkeer waarbij vertrouwen op schijn van bevoegdheid wordt beschermd.
Verder behandelde de Hoge Raad de discussie over de schadebeperkingsplicht van Hovax. De Rechtbank had geoordeeld dat Hovax niet volledig aan deze plicht had voldaan, maar de Hoge Raad stelde dat de Regiopolitie dit verweer onvoldoende tijdig en concreet had aangevoerd, zodat de Rechtbank hier niet op had mogen ingaan. Uiteindelijk werd de Regiopolitie veroordeeld tot betaling van ruim 410.000 euro met wettelijke rente vanaf mei 1994.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een huurovereenkomst tot stand is gekomen en veroordeelt de Regiopolitie tot betaling van ruim 410.000 euro schadevergoeding met rente.