ECLI:NL:PHR:2003:AF0400
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid van naheffing accijns bij illegaal voorhanden hebben van alcoholhoudende producten
In deze zaak gaat het om naheffingsaanslagen opgelegd aan belanghebbenden die een partij niet-gedenatureerde ethylalcohol van 17.430 liter hadden afgenomen onder de voorwaarde dat deze voor de auto-industrie zou worden gebruikt. Uit onderzoek bleek dat 2.950 liter van deze partij in strijd met de Wet op de accijns werd aangewend voor de vervaardiging van accijnsgoederen, zonder dat de accijns was voldaan.
Belanghebbenden maakten bezwaar tegen de naheffingsaanslagen, die werden afgewezen door de Inspecteur. Vervolgens stelde het Hof Amsterdam het beroep van belanghebbenden ongegrond en bevestigde de accijnsheffing. Het Hof oordeelde dat meerdere personen dezelfde accijnsgoederen kunnen voorhanden hebben en dat meervoudige naheffing mogelijk is, mits de invordering wordt afgestemd om dubbele heffing te voorkomen.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van belanghebbenden verworpen. De Raad bevestigt dat het enkele voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet in de heffing zijn betrokken, als een belastbaar feit kan worden aangemerkt en dat meerdere belastingplichtigen op dezelfde dag een naheffingsaanslag kunnen krijgen. Ook is het oordeel van het Hof dat de Inspecteur niet onrechtmatig handelde door niet ook bij Laser naheffing toe te passen, gegrond vanwege verschillen in de omstandigheden en het gelijkheidsbeginsel.
De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van de accijnswetgeving, de Europese richtlijn, en jurisprudentie over het begrip voorhanden hebben, pluraliteit van belastingplichtigen en de rangorde tussen vergunninghouders en illegale voorhandenhebbers. De Hoge Raad bevestigt dat de accijns terecht is geheven en dat de naheffingsaanslagen rechtsgeldig zijn opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen in de accijns worden bevestigd.