ECLI:NL:HR:1999:AA2841
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over naheffingsaanslag accijns bij vervaardiging en voorhanden hebben alcoholhoudende producten zonder vergunning
Belanghebbende heeft met anderen jenever vervaardigd in een loods zonder vergunning voor accijnsgoederenplaats, waarbij accijnsgoederen werden geproduceerd en voorhanden gehouden zonder de vereiste douanedocumenten. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op, die na bezwaar deels werden gehandhaafd en deels ambtshalve verminderd. Het Hof vernietigde de vermindering en handhaafde de aanslag.
In cassatie betoogde belanghebbende dat naheffing bij de leverancier had moeten plaatsvinden en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden doordat andere betrokkenen werden vrijgesteld. De Hoge Raad verwierp deze middelen, bevestigde dat meerdere personen die accijnsgoederen vervaardigen elk een naheffingsaanslag kunnen krijgen, en oordeelde dat de Inspecteur niet onredelijk heeft gehandeld bij de berekening van de aanslag.
De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van artikel 6, lid 1, van de accijnsrichtlijn, met name of het enkele voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet in de heffing zijn betrokken, kan worden aangemerkt als een 'uitslag' tot verbruik. De uitspraak is geschorst totdat het Hof van Justitie hierover heeft beslist.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag en schorst de procedure voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.