ECLI:NL:HR:2002:AE1419
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en verdeling van accijnsverplichtingen bij vervaardiging en voorhanden hebben van alcoholhoudende producten
Belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag accijns op overige alcoholhoudende producten, inclusief een verhoging die later ambtshalve werd kwijtgescholden. Na bezwaar en beroep vernietigde het Hof de uitspraak van de Inspecteur en erkende belanghebbende als belastingplichtige voor de accijns.
Het proces-verbaal vermeldde dat belanghebbende samen met anderen jenever vervaardigde door alcohol te mengen met water en andere ingrediënten, en dat tijdens een huiszoeking grote hoeveelheden alcoholhoudende producten en productieapparatuur werden aangetroffen zonder vergunning. Verklaringen van belanghebbende bevestigden zijn betrokkenheid bij het productieproces.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende terecht als belastingplichtige was aangemerkt, maar de Hoge Raad stelde vast dat het Hof onvoldoende inzicht gaf in de betekenis van 'vervaardigen' en 'voorhanden hebben' in het licht van de Europese Richtlijn 92/12/EEG. De Hoge Raad benadrukte dat hulpwerkzaamheden zoals het vullen van flessen niet als vervaardigen gelden en dat voorhanden hebben feitelijke beschikkingsmacht vereist.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, behoudens de beslissing over griffierecht, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest en de Europese regelgeving.
De uitspraak werd op 12 april 2002 in het openbaar gedaan door de Hoge Raad onder voorzitterschap van vice-president G.J. Zuurmond en raadsheren Van Brunschot, Van Vliet, Lourens en Bavinck.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.